Artikel over expositie Willem Besselink door Nico Out, PZC 13 december 2012

Wat beeldende kunst voor mij onweerstaanbaar maakt is het verrassingselement. Dat een kunstenaar er in slaagt om toch weer wat toe te voegen aan wat ik al zag. Dat kan soms baanbrekend zijn en soms subtiel, maar het is een wezenlijk onderdeel van mijn kunstbeleving. Willem Besselink slaagt er in die te stimuleren met niet meer dan tientallen meters aluminiumstrips. In de ‘K’ van de expositieruimtes op het IK-eiland in Oost-Souburg heeft hij met die strips een intrigerende installatie gemaakt.

foto(s): Nico Out

Ik zie bij binnenkomst de strips als stalactieten vanaf het plafond naar beneden hangen. Preciezer gezegd: Besselink heeft evenwijdig aan de staande rechthoek van de ‘K’ op regelmatige afstand van elkaar horizontaal strips bevestigd aan het plafond. Hij laat ze onder een bepaalde hoek kruisen door twee andere strips, die ik de ‘diagonalen’ noem. Door de horizontalen en de diagionalen op een zekere lengte naar beneden en weer omhoog te buigen ontmoeten ze elkaar in een punt. Zo maakte Besselink er tientallen, op diverse hoogten. Soms kun je er onder door lopen, soms niet. Mijn gang door de ruimte wordt bepaald door de structuur van de constructie en mijn aandrang die van alle kanten te ervaren. Dat levert een spannend lijnenspel op, een mix van helderheid en complexiteit. De basisstructuur is duidelijk, maar door de vele ‘stalactieten’ lijken er nog andere vormen te ontstaan die niet een, twee, drie te ‘vangen’ zijn. Mijn verplaatsen levert ook steeds andere gezichtspunten op en als de zon schijnt zie ik de echte lijnen zich vermengen met de projecties op de muur: werkelijkheid gaat over in illusie. Een heerlijk kijkspel!

Het spanningsveld tussen helderheid en complexiteit en werkelijkheid en illusie speelt ook op andere manieren door de installatie heen. De titel 6500:1 verwijst naar een objectieve verhouding: concreet het aantal keren dat het volume van de kunstenaar in de ruimte past. In lijn met die manier van denken en kijken is de constructie ook ontstaan. Besselink maakte eigenlijk een driedimensionale grafiek waarin een aantal data die verband houden met fysiek functioneren (bloedruk, eten, drinken, slapen e.d.) in verband is gebracht met de dagen dat hij in het atelier ( de ‘I’ op het Ik-eiland) verbleef. Aan de constructie liggen dus objectieve gegevens ten grondslag. Maar de ordening is subjectief. Besselink koos ervoor om de grootste uitslagen meer naar het midden te projecteren. Als ik dat alles in relateer aan onze alledaagse werkelijkheid kom ik tot een paar vragen en een conclusie. In hoeverre is het mogelijk de werkelijkheid objectief in gegevens te vatten? Doen de conclusies die wij trekken voldoende recht aan de complexiteit van de werkelijkheid? Mijn antwoorden, mede geïnspireerd door de prachtige installatie, zijn ‘niet’ en ‘nee’. En ik vind dat niet erg. Het is mooi dat we met gegevens trachten grip te krijgen op ons bestaan en onze omgeving. Zo lang we maar niet vergeten dat beiden zich nooit volledig objectief laten vangen. Dat subjectief beleven en objectief (denken te) weten elkaar aanvullen en samen recht doen aan wie wij zijn en het universum waarin wij leven. Als extraatje is er dan ook nog de schoonheid die in gegevens besloten ligt. Weerspiegelt die de schoonheid van wat we zien?
De kleine, ijzersterke, tentoonstelling ‘330:8’ in het hoekpaviljoen gaat daarop in. Besselink bracht er uiteenlopend werk samen van 8 kunstenaars die elk op een andere manier gegevens en systematiek als startpunt voor hun werk kiezen. Niets saai. Wat een variatie!

T/m 30/12. Ik-eiland, Vlissingsestraat 239A, Oost-Souburg. Za. en zo. 12.00 – 17.00 uur.

Willem Besselink (Venray, 1980) studeerde wiskunde en vrije kunst in Berlijn en rondde in 2006 met lof de Willem de Kooning Academie in Rotterdam af. Hij is gefascineerd door de verborgen schoonheid van wetmatig gevormde patronen en probeert die in zijn werk te verbeelden. De kunstenaars in de parallelexpositie zijn: Jason Coburn; Ewerdt Hilgemann; Toine Horvers; Sol LeWitt; Rosa Peters; Tim Stapel; Peter Struycken en Benedikt Terwiel.